Een kleine woordenlijst van een goede watersporter

Alles weten over de specifieke woordenschat in de wereld van de riviercruise !
Ziehier, in alfabetische volgorde, de voornaamste termen, gebruikt door de watersporters op de Franse kanalen en rivieren...


STROOMOPWAARTS Het hoger gedeelte van de rivier, of de kant van haar bron.
STROOMAFWAARTS Het lager gedeelte van de rivier, of naar haar monding.
AFVAREND De boot die stroomafwaarts vaart, of die de waterloop afgaat in de richting van de strooming en zich naar haar monding begeeft. Op een kanaal betekent dit dat de boot de sluizen in een dalende richting neemt.
BAKBOORD Linkerzijde van de boot, wanneer men naar voor kijkt.
DOKMUUR Zijmuur van een sluis, is verticaal of lichtjes schuin.
ROER Het stuurwiel komt overeen met het stuur van de wagen; de helmstok heeft een lang handvat en is gelegen achteraan de boot. Zowel het ene als het andere dienen om de boot te besturen.
ACHERUITSLAAN De boot in achteruit zetten om te stoppen.
PAND Deel van de waterloop of het kanaal, tussen twee sluizen.
VERDEELPAND Het hoogste punt van het kanaal waar de waterscheiding ligt.
BOLDER Een cilindervormig stuk in metaal of in beton, vastgemetseld aan de oever of aan de kade, staat toe de boot vast te maken.
JAAGPAD Weg langs het kanaal of de rivier dat werd gebruikt tot begin vorige eeuw om de binnenvaartuigen door paarden en mannen te laten trekken.
NAVIGATIEKANAAL De aangegeven vaatzone op de kaart die u nauwgezet moet volgen om gevaar te vermijden : rotsen, verzanding, paaltjes, ……
LAAGWATER Het laagste waterpeil van een waterloop of een kanaal.
DOORVAARTHOOGTE Deel/ volume van de boot die zich boven het water bevindt (zie airdraft). Hoe belangrijker het volume boven water is, hoe meer wind uw boot krijgt. Neem dit dus altijd in overweging voor uw manœuvres.
BOOTSHAAK Een lange houten of metalen stok voorzien van een haak aan het uiteinde. Het gebruik van uw bootshaak tijdens het aanleggen of het uitvaren, in de sluizen, vergemakkelijkt de bediening en vermijdt botsingen met de boot.
LISTON Een rubberen of houten band rond de romp van de boot om hem te beschermen. Bijna alle boten zijn uitgerust met een liston (vaak één, twee of zelfs drie op bepaalde modellen) aan welke de extra fender bescherming wordt toegevoegd.
STROOMOPWAARTS VAREN Een boot dat stroomopwaarts vaart in de tegenrichting van de waterloop, richting de bron. Op een kanaal betekent dit dat de boot door de sluizen gaat in stroomopwaartse richting (zoals een trap).
ANKERPLAATS Diepte van een waterweg (dit kanaal of deze rivier heeft een ankerplaats van 1,40 m, bijvoorbeeld).
FENDER Ook wel stootkussen genoemd. De fender, met haar ronde of ovale vorm, opgeblazen met samengeperste lucht, aangebracht als een rozenkrans rond de romp van de boot, beschermt de boot van eventuele botsingen. In het algemeen zijn er 8 tot 20 stootkussens en zijn ze heel sterk. Ze ontploffen enkel bij een zeer zware botsing en moeten altijd op zijn plaats blijven, zelfs als u ze onesthetisch acht.
ACHTERSTEVEN Achterste gedeelte van de boot.
VOORSTEVEN Voorste gedeelte van de boot.
SAS Deel van de sluis, gelegen tussen de twee poorten stroomopwaarts en stroomafwaarts.
SCHUTTING De doorgang van een boot in een sluis; de tijd van de doorgang van de boot hangt af van de hoogte van de daling als ook de grootte van de sluis. In het algemeen moet men ongeveer een kwartier rekenen per schutting.
DREMPEL Een soort trede naast de stroomopwaartse poort in een sluis, waar men zeer goed voor moet opletten (zie hoofdstuk met de beknopte manoeuvres).
KIKKER Metalen stuk op de boot waar men een meertouw kan aanleggen. In het algemeen zijn de boten uitgerust met 2 kikkers achteraan en één of twee kikkers vooraan.
AIRDRAFT Beschikbare hoogte tussen het waterniveau en de sluitsteen van een kunstwerk zoals een brug. Voor de boot is het de verticale afstand tussen het waterniveau (waterlijn) en het hoogste punt van de boot (zie doorvaarthoogte).
DIEPGANG De verticale afstand tussen het laagste deel van de boot (in het algemeen de kiel) en de waterlijn.
VOORBIJVAREN Passeren/ een boot inhalen die dezelfde kant opgaat.
STUURBOORD Rechterzijde van de boot, wanneer men naar voor kijkt.